2020-03-10 - Message to GoDaddy: I don't have access to the GoDaddy domain account email that HASSEPIETERSAM.NL is registered on since I deleted the original Gmail, I know I'm a dummy. So this message is verify that I do have access to the site itself (and the nameserver records which are hosted at Namecheap) in the hopes that you can give me access back to my domain. Thank you! -Pieter (with GoDaddy payment email paypal at levels.io)
Hasse « Hasse, Pieter & Sam's Avonturen in het Oosten

Neen. Ik heb me gister niet te pleuris gezopen met de locals. Zodoende heb je me gister avond niet kunnen betrappen op het luid verkondigen van het liberale ideal, zoals me dat nog wel eens overkomt na het nuttigen van een onbepaald aantal alcoholische versnaperingen. Daar is het namelijk het moment niet voor. Ik ben in m’n eentje, en ik zal vinden.

Sinds 27 december vorig jaar heb ik niemand echt meer gesproken. Dat is de bedoeling. Ik bekijk per dag waar ik heen ga. Waar ik beland heb ik vooraf geen weet van. Ik heb een plan waarvan later moet blijken wat het daadwerkelijk was.

Ik ben op een tropisch eiland in Thailand. De zon schijnt, ik ben omringd door plambomen, en ‘s ochtends wordt ik wakker door het geluid van omslaande golven. ‘Goh wat heeft die knul het leuk’, hoor ik je zeggen.
Dat valt mee.

‘Waarom voel ik me na een dag lang saai werk te doen op m’n werk, beter dan nu ik volstrekt vrijblijvend op een willekeurig tropisch eiland rondloop?’, vroeg ik me vandaag af. Omdat het leuker is om een appelsap te bestellen, dan een identiteitsloos glas water. En dat verklaart ook meteen de populariteit van het hebben van een levenspartner, en waarom mensen waarop je geen pijl kunt trekken ook tergend constant zijn.
Wat???!

Zoals ik het nu even kan inschatten is het prettig om iemand die jou goed kent om je heen te hebben mede omdat je dan voor jezelf duidelijker hebt hoe het er met jezelf voor staat. Je partner kent jou, en jij kent je partner goed. Alle dingen die jij bent of welke positie je inneemt worden pas zichtbaar als je het afzet tegen iets anders gefixeerds, het persoon van je partner. Als je geen referentiekader hebt, weet je niet waar je eigen dingen zijn. Of, als er geen beginpunt is, is het moeilijk te achterhalen waar je zelf bent aanbeland, of iets dergelijks. Aan de hand van je partner, achterhaal je jou eigen identiteit.

Daarom ook is het leuk om gezellig een mening te hebben met of tegenover je vrienden of collega’s.

“ Zo dus jij hebt nieuwe schoenen?!” “ Ja, zacht bruin.”

“ Naar Kos geweest. Leuk.”

“ Doe mij een appelsap.”

“ Laat ik eens niet zo gek doen. Doe mij een biertje.”

Of zelfs,

“Daar heb ik nou bepaald geen mening over.”

“ Ik heb die rommel niet nodig om mezelf te onderscheiden.”

Hierbij speciaal aandacht voor uiterlijke schoonheid; het snelst waarneembare waarin identiteit zich kan uiten, en fincieele status; het enige in identiteit dat nauwkeurig in cijfers uitgedrukt kan worden.

Enfin, ik heb nu dus geen kans m’n identiteit af te bakenen door alleen al een (of geen) hot-dog te bestellen onder het toeziend oog van iemand die me kent. Is weer eens wat anders. Misschien wordt het tijd dat ik als volwaardig Amerikaan, iets willekeurigs heel erg afkeur of goedkeur, en heel emotioneel doe over dingen die nergens echt invloed op hebben behalve m’n eigen identiteit. Go Yankees!

Vanavond ga ik voor de Long Island Ice Tea. “Of doe eigenlijk maar een Cuba Libre, mevrouw de bardame.” “Thank you. God bless you.”

De bedoeling was dat ik nu alles wat ik het afgelopen half jaar heb meegemaakt eens even ‘een plaats zou gaan geven’. Om de grote lessen die ik geleerd heb begrijpbaar te formuleren, maar het valt me zwaar. Of beter gezegd, het valt me überhaupt niet.

Teruggekomen in Nederland was mijn verachting dat ik alles anders zou zien dan vroeger. Dat is ook wel zo maar het manifesteert zich nog niet heel duidelijk. Mijn dagelijkse routine is weer precies hetzelfde. Mijn gevoel bij alles wat ik doe is niet echt veranderd ten opzichte van voor ik vertrok. Ik ben hooguit wat getergder bij tijd en wijle, zoals een afgeschreven opa die continu loopt te mopperen op het heden en zaligheid vindt in het verleden.

Ik ben meteen weer gepakt door iets wat ik niet kan benoemen. Het ‘s avonds-buiten-spelen-gevoel (Jansen, 2009) is verdwenen, er zit weer een rem op m’n hele denken. Alsof ik weer verkouden ben en rondloop met een verstopte neus.

Het gevoel van thuis zoals ik dat ooit had ga ik denk ik nooit meer krijgen. Nederland was het centrum van de wereld, mijn thuis. Korea was gewoon ver weg van ‘de wereld’. Ik ben/was Nederlander en elke keer als ik naar het buitenland was geweest voor vakantie was het alsof er een gigantisch elastiek was, vastgebonden aan een paal van een kilometer hoog, die mij altijd razendsnel terugtrok naar mijn thuishaven. Dan voelde ik me weer fijn en was alles weer rustig en ontspannen.

Rustig en ontspannen ben ik vandaag de dag (bijna een maand naar vertrek uit Seoul) reeds nog steeds niet. Op het moment dat ik me rustig en ontspannen ben gaan voelen, thuis in Korea, is het elastiek gebroken. Nu loop ik in Nederland met een futloos flubberend elastiek om m’n enkel dat mij nergens echt heen trekt. Er is niet zo veel meer wat me richting geeft. Ik voel me als een topsporter die een week geleden met pensioen is gegaan.

Wie het gevoel niet kent kan het zich niet voorstellen. Wie altijd zijn persoon langzaam bijschaaft en zo-nu-en-dan-hier-en-daar eens wat probeert zal het niet zo ervaren, maar ervaringen als deze zijn risky business. “Goh Agnes, ja, ze is wel veranderd hé. Best schokkend.” Maar gelukkig zijn daar dan nog Huub, Ijsbrand, Wilma en Els die al jaren geen spat zijn veranderd, dus je hele sociale omgeving is nog behoorlijk in tact. Echter als je aan jezelf gaat sleutelen lijkt het alsof iedereen om je heen synchroon en zonder uitzonderingen zich anders gedraagt. Dat is raar.
Gelukkig kunnen we over een paar maanden weer lekker op deze periode terugkijken en er hard om lachen.

Wat is in godsnaam het Korea-gevoel. Of voor mijn part het ‘ergens anders’-, ‘ik ben in ieder geval ergens mee bezig’ gevoel. Dat is me de vraag wel. Want buiten dat alle mensen er uit zien als Chinezen, het eten zus, het openbaar vervoer zo, verschilt er niet zo veel. En waarom is voor een Koreaan Korea heel zo gek niet, en verveelt een Koreaan in Nederland zich nooit?

Is iets pas interessant als je ergens het idee hebt dat iets te hoog gegrepen is, of in ieder geval hoger dan je tot nog hebt gegrepen? Is het voor een mens noodzakelijk om altijd meer te krijgen om zijn aandacht erbij te kunnen houden? Is het vergelijkbaar met het monetaire stelsel. Staat leent van bank, betaalt rente, zal dus altijd economische groei moeten realiseren dat gelijk is aan- of meer dan de rente die de bank vraagt, om het zooitje voort te kunnen zetten?

Ben ik op het moment dat ik het idee heb gekregen dat uitdaging leuk is, en geen uitdaging niet leuk, een lening aangegaan met mezelf? (Heeft iemand dit ooit eerder gezegd, is het cliché?) Moet het vanaf nu altijd allemaal indrukwekkender en meer, alsof ik een drugsverslaafde ben? Waar houdt het op?

Stilstand is achteruitgang. (Dat is er in ieder geval wel één.) The only way is up. (Welja.) Hoe meer interessante dingen ik doe, hoe meer oninteressante bezigheden ik creeer. Na elke indrukwekkende gebeurtenis ontwaardt dat wat er nog zou kunnen komen. Inflatie van dat wat ‘leuk’ is; het is nogal wat.

Wanneer is het eens een keer genoeg? Klaar, cash-out, vieren dat je hebt wat je hebt, voordat er iets gaat bepalen dat het daar te laat voor is. Wat is er mis mee om morgen te vieren dat gemiddelde welvaart tot het peil gekomen is waarop het nu is? Iedereen heeft geld zat voor voorgesneden stukjes fruit uit een pakje. Champagne! Voor elke drie procent economische groei een week Koninginnedag. Hup, schreeuwen en met bier gooien. Jaaa! Dat nemen ze ons niet meer af.

Waarom moeten anderen altijd bepalen wanneer een mijlpaal bereikt is? De vraag die ik al eerder stelde over het succes van ‘een dag hard werken’; hier is het (zoals altijd het voorlópig)antwoord.

Dat oeverloze gepieker en gezeur van mij op dit blog (wat in eerste instantie daadwerkelijk informatief was en nu alleen nog therapeutisch dienst doet) gaat zo ongeveer over alles. Het raakt kant nog wal en er is geen begin en geen eind, maar er is toch heel wat denkwerk nodig om eens iets ‘op papier’ te krijgen. Een half uur later blijkt steevast dat perfectie weer heel tijdelijk is.

Meer voldoening haal ik uit een dag oersimpel en bekrompen iets eenvoudigs tweehonderd keer doen op m’n werk. Als ‘de bel gaat’ rond 5-en ben ik voldaan. Het hoofdstuk is afgesloten. Of dat wat ik gedaan heb het lot van de wereld gaat veranderen valt te betwijfelen, maar hoe simpel ook, het is wel perfect gegaan. Er is geen enkele vraag bij me opgekomen en er is niks nieuws wat onzekerheid gaat brengen. Dat stemt.

Zo komt het gros van de beroepsbevolking ‘de dagen door’, al jaren lang. Iemand anders bepaalt wanneer jij stopt met denken, en dat bevalt mensen blijkbaar.

Zo, slotzin er tegenaan. Klaar:
Gelukkig zijn er ook weer meer dingen waarin ik het leuke juist wel ben gaan zien, en dat heeft nog steeds de overhand. Praise the Lord.